DirectAdmin biedt de mogelijkheid om de DNS-gegevens voor je eigen domeinnamen te beheren. DNS (Domain Name System) is het systeem wat gebruikt wordt om domeinnamen om te zetten in IP-adressen en daarmee een belangrijk component van het internet. Het is te vergelijken met een telefoonboek: hierin kunnen ook nummers worden opgezocht bij namen.

Het DNS-systeem bestaat uit een groot aantal 'nameservers' verspreid over het internet, welke allemaal beschikken over informatie van een klein stukje internet. Zo is er voor alle .nl-domeinnamen een server die vertelt waar gegevens over specifieke .nl-domeinnamen gevonden kunnen worden; bijvoorbeeld de nameservers van Trans-iX Vervolgens verwijzen deze weer door naar de juiste server waar het domein gevonden kan worden. Deze doorverwijzingen gaan ook weer door middel van DNS.

Omdat DNS zo'n belangrijk onderdeel is van het internet, kan een verkeerde wijziging de website onbereikbaar maken. 


DNS Management (DirectAdmin)


Het DNS-beheer van de hoofddomeinnaam in DirectAdmin is, na activering, te vinden onder de knop 'DNS Management' in het hoofdscherm van DirectAdmin.

Vervolgens kun je zelf records toevoegen door naast het gewenste type (zie Record-types) de benodigde gegevens in te voeren en op 'Add' te klikken. Je kan records verwijderen door naast een bestaand record op het vinkje te klikken en vervolgens onderaan op 'Delete Selected' te klikken.

Nadat een wijziging is aangebracht in DNS kan het om technische redenen even duren voordat deze effectief wordt. Heb dus geduld wanneer je een wijziging aanbrengt.


DNS-beheer voor aliassen/domain pointers


Indien je de DNS-records van aliassen (of domain pointers) wilt aanpassen, dan ga je in DirectAdmin eerst naar 'Domain Pointers' (onder de categorie 'Advanced Features').

Daar klik je in de kolom 'DNS' op de knop 'Manage' naast de domeinnaam waarvan je wenst de DNS te beheren.


Domeinnamen invoeren


Belangrijk
Het is sterk aan te raden eerst het onderstaande goed door te lezen om problemen met ingevoerde DNS-records te voorkomen!

Een belangrijk aandachtspunt bij het wijzigen van DNS-gegevens, en iets dat vaak misgaat, is het juist invoeren van een domeinnaam. In DNS worden volledige domeinnamen altijd afgesloten met een punt (dus 'voorbeeld.nl.'). Doe je dit niet, dan wordt het gezien als subdomeinnaam.

  • Het opgeven van een subdomeinnaam kan dus op twee manieren: subdomein en subdomein.jedomein.nl.. Beide verwijzen uiteindelijk naar subdomein.jedomein.nl;

  • Een externe domeinnaam kan op worden gegeven door het gewoon af te sluiten met een punt: voorbeeld.nl.;

  • IP-adressen worden ingevoerd met punten ertussen, maar geen punt aan het einde: 123.45.67.89 en 127.0.0.1 (de laatste verwijst naar de huidige server).


Record-types


In 'DNS Management' is het vervolgens mogelijk om 'records' (adresregels) toe te voegen. Ieder record heeft zijn eigen functie. In de meeste gevallen zal een A-record, CNAME-record of MX-record aangepast moeten worden.

  • A-record
    De A-record wordt gebruikt om een domeinnaam (of subdomein) door te verwijzen naar een IPv4-adres. Zo zal het record ”voorbeeld.nl. A 123.45.67.89” het domein voorbeeld.nl doorsturen naar 123.45.67.89.

  • CNAME-record
    De CNAME-record, of Canonical Name record, verwijst een domeinnaam door naar een andere domeinnaam: het aanmaken van aliassen. Zo verwijst bijvoorbeeld ”voorbeeld.nl. CNAME jedomein.nl.” het domein voorbeeld.nl naar hetzelfde IP-adres waar jedomein.nl naar verwijst. Een doorverwijzing naar een andere website kan in het algemeen niet met enkel een CNAME-record worden verzorgd, aangezien de server waar naar wordt verwezen ook geconfigureerd moet worden om deze domeinnaam te behandelen. In het algemeen is 'Site Redirection' een betere optie hiervoor.

  • MX-record
    MX-records (Mail Exchanger records) geven aan welke server(s) worden gebruikt voor de afhandeling van mail aan een specifieke domeinnaam. Omdat het mogelijk is om meerdere e-mailservers op te geven, is het ook mogelijk om een prioriteit aan een server toe te kennen. Als een server met prioriteit 10 niet beschikbaar is, dan wordt gekeken naar servers met prioriteit 20, et cetera. Zie bij het wijzigen van MX-records ook het onderstaande kopje 'Lokale mailafhandeling uitschakelen'.

De onderstaande record-types worden minder vaak gebruikt:

  • AAAA-record
    De AAAA-record is een uitbreiding op het A-record: deze is bedoeld voor IPv6-adressen. Deze wordt op het moment niet zoveel gebruikt, maar zal in de toekomst steeds meer toe worden gepast.

  • NS-record
    Met NS-records kan aan worden gegeven welke nameservers moeten worden gebruikt voor de subdomeinen van het opgevraagde domein. Het wijzigen van het NS-record alleen is niet genoeg om eigen nameservers te gebruiken, omdat het alleen subdomeinen betreft.

  • SRV-record
    De SRV-record is een niet heel vaak gebruikt record om speciale services voor de domeinnaam in te stellen.

  • TXT-record
    Met TXT-records kan tekst toe worden gevoegd aan de DNS-gegevens voor extra opties. Dit wordt meestal gebruikt voor SPF (Sender Policy Framework), dat aangeeft welke mailservers namens een bepaald domein mogen mailen.


Lokale mailafhandeling uitschakelen


Wanneer je gebruik maakt van een externe mailserver (bijvoorbeeld voor Google Apps), dan moet onze server wel weten dat hij zelf geen e-mail meer voor dit domein moet behandelen. Als je dit niet doet, dan kan e-mail van bijvoorbeeld contactformulieren op de website niet aankomen. Je kan de lokale mailafhandeling als volgt uitschakelen:

  1. Ga in DirectAdmin naar 'DNS Management';

  2. Klik onderin het scherm op 'Modify MX Records'

  3. Haal het vinkje weg bij 'Local Mail Server' en klik op 'Save'


Wist je dat
Je kunt de optie om de lokale mailafhandeling uit te zetten ook terugvinden wanneer je in DirectAdmin op 'MX Records' (onder de categorie 'E-mail Management') klikt.


TTL


De TTL, of Time-to-Live, is de tijd (in seconden) dat een record opgeslagen mag worden door een cache. Met andere woorden: hoe lager de TTL, hoe vaker er door anderen wordt gekeken of de DNS is bijgewerkt.

De TTL van 'negatieve' resultaten, dus het ontbreken van een record, is geregeld in het SOA-record en is niet door klanten aan te passen. De waarde hiervan zal variëren tussen 100 (ruim anderhalve minuut) en 3600 (1 uur).